Filtertests

Filtertests volgens EN 779

Classificatie- en vergelijkende tests van filters voor grof en fijn stof worden uitgevoerd volgens EN 779. Hierbij moet er een onderscheid gemaakt worden tussen filters voor grof stof (filterklassen G1 tot G4, met tests tot max. 250 Pa toegestaan drukverlies) en filters voor fijn stof (filterklassen F5 tot F9, met tests tot max. 450 Pa toegestaan drukverlies). De filterdoeltreffendheid wordt bepaald door een gravimetrisch proces waarbij gebruik gemaakt wordt van ASHRAE-stof voor de tests.

Voor fijnstoffilters worden bijkomende doeltreffendheidstests uitgevoerd door de invoering van een testaerosol (DEHS) en door de bepaling van de fractionele filtratie-efficiëntie. Bij deze tests wordt uitgegaan van een deeltjesgrootte van 0,4 µm voor de classificatie. Verdere elementen die van belang zijn voor de classificatie van fijn- en grofstoffilters: initieel drukverlies, stofvangcapaciteit en het verloop van het drukverlies i.f.v. de stofopvang.

Voor eind 2011 werd een herziening van de norm EN 779 gepubliceerd. In deze herziening staat dat fijnstoffilters met filterklassen F7 tot F9 een min. opgegeven doeltreffendheid moeten behalen naast de voorgaande vereisten (zie toewijzing tot filterklasse). Hier wordt er rekening gehouden met alle individuele metingen, met de fractie-efficiëntie voor de filter in nieuwe toestand, en de stofvangcapaciteit in leeggemaakte toestand, (na behandeling met isopropanol). De nieuwe versie verandert de indeling van de filters met middelmatige doeltreffendheid: van F5 tot M5 en van F6 tot M6.

Filtertests volgens EN 1822

De classificatie van HEPA-filters gebeurt volgens EN 1822. De doeltreffendheid wordt gemeten door deeltjestellers; er wordt een onderscheid gemaakt tussen filterklassen E10 tot E12, H13, en H14, alsook U15 tot U17. Analoog met de filterklassen volgens EN 779, verandert de testprocedure in samenhang met groepsaanduidingen. Aanvankelijk werden de fractionele efficiëntie en de meest penetrerende deeltjesgrootte (MPPS) bepaald met een vlak filtermedium. De meest penetrerende deeltjesgrootte is de grootte van de deeltjes waarvoor het filtermedium de laagste afscheidingsscore behaalt. De min. afscheidingsgraad ligt in de regel tussen het bereik 0,1 en 0,3 µm. In een tweede stap waarbij gebruik gemaakt wordt van een compleet filterelement, worden de integrale doeltreffendheid en de lokale doeltreffendheid (dit laatste wordt gerealiseerd door een scantechniek) bepaald binnen het bereik van de meest penetrerende deeltjesgrootte. Dit wordt gedaan om na te gaan of de filterklassen H13 en hoger zeker lekvrij zijn.
De penetratiegraad P wordt als volgt berekend uit de gemeten deeltjesconcentraties:

P = c (clean; zuiver) / c (unclean; niet zuiver)

De filtratie-doeltreffendheid A wordt berekend door:
A = 1 – P

HEPA-filters (bv. in filterklasse H14) behalen voor MPPS een doeltreffendheid van > 99.995 %. Voor grotere of kleinere deeltjes is de doeltreffendheid zelfs beter. Voor de filters in klasse E, is er geen 100 % controle, i.t.t. bij HEPA- en ULPA-filters. Bewijs van de doeltreffendheid kan voorzien worden door visuele controle en statistische methoden.

Downloads

© 2017 DencoHappel. All rights reserved.